Groot gebrek aan ’n goed gesprek (2/2)

illustratie: roeland Smeets

illustratie: roeland Smeets

Met elkaar digitaal in verbinding staan levert ons veel op: we onderhouden contact met onze naasten en kunnen ons bestaande netwerk er mee uitbreiden. Maar wát als we te veel van onze schermen verwachten? Want dat gebeurt:

  • als we babies iPads geven in de hoop dat ze er iets van opsteken. Wat ze dan missen is interactie met een volwassene die het leren en het communiceren betekenisvol kan maken. In dit onderzoek wordt ouders aangeraden om vooral die spelletjes met jonge kinderen te spelen waarbij hun taalontwikkeling gestimuleerd wordt. Zo gauw jonge kinderen kunnen lezen, kunnen ze wel zelfstandig zinvol gebruik van de iPad maken.
  • als meisjes (8 – 12 jaar) met veel online contacten minder ervaring opdoen in het observeren en ervaren van echte emoties. Het resultaat is dat ze later minder goed uitgerust zijn om sociaal actief te zijn.
  • als uit onderzoek blijkt dat In 2015 24% van de tieners in de VS vrijwel constant online was en 88% van de tieners smartphones heeft en 90% daarvan berichten verstuurt. Gemiddeld worden er dagelijks per persoon zo’n 30 berichten verzonden en ontvangen. Met het opstellen van berichten is het zo dat je (lang) kunt nadenken voordat je een bericht verstuurt en daardoor de illusie kunt hebben dat je het contact in de hand hebt. Bij ander intermenselijk contact, zoals tijdens een gesprek of bij het bellen, heb je dat gevoel niet. Vandaar dat het fenomeen “belangst" steeds meer de kop opsteekt in de VS en hier in Nederland hoor ik er ook vaker over. (Blz. 148 -149 Phone phobia, Recclaiming conversation (RC)) 
  • als we denken dat we onze romantische relatie ook makkelijk gedurende lange tijd digitaal kunnen onderhouden. Als, binnen een relatie, een van de twee partners achteraf spijt heeft van een mededeling, dan staat die zwart op wit en is het veel moeilijker die te vergeten. (RC blz. 202) 
Echte liefde is je smartphone niet willen checken in het bijzijn van je geliefde”. Alain de Botton
  • als we denken dat we ons online op dezelfde manier kunnen uiten als thuis of met onze vrienden. Een grap van een flapuit kan door het grote publiek worden bestempeld als racistisch en dan blijft die voor altijd online. Voor sommige mensen, mij bijvoorbeeld, is je op Twitter uiten iets als op eieren lopen.
  • als we denken dat we onze studie of ons werk even goed in ons eentje, digitaal communicerend, tot een goed eind kunnen brengen. 
  • als uit onderzoek naar de effecten van Facebook gebruik blijkt dat de uitkomsten daarvan voor individuele gebruikers zowel positief als negatief kunnen uitpakken. Negatief is dat mensen ongelukkig, depressief kunnen worden van al die medemensen die zichzelf van hun meest gelukkige, geslaagde kant laten zien. Een positief effect kan juist zijn dat mensen door hun sociale mediagebruik een verdieping van al bestaande banden ervaren. (RC Blz. 145). 

Goed nieuws

Uit het laatste voorbeeld blijkt dat er – afgezien van wat digitale communicatie ons in het dagelijks leven kan opleveren – er ook een groot voordeel kan zitten aan het intensieve online in contact staan van jongeren: een grotere cohesie binnen het bestaande vriendengroepen. Onderzoek in Nederland bevestigt dit.

Als sprake is van een grotere cohesie onder groepen jongeren - en ik merk dat heel sterk bij mij op de werkvloer - dan levert dat het onderwijs heel nieuwe mogelijkheden op. Erken dat niet zozeer de klas, maar de vriendengroep jongeren veiligheid en vriendschap kan bieden en dat dit nieuwe mogelijkheden biedt voor het samen leren.

En goed oud nieuws

En als het om communicatie gaat, kunnen we altijd weer terugvallen op het gesprek want zelfs als je een klein beetje hetzelfde denkt over een bepaald onderwerp, kun je een vruchtbare voedingsbodem hebben voor een goed gesprek. Bovendien zijn gesprekken niet alleen belangrijk voor informatieoverdracht, maar ook – en misschien wel vaker – om hun sociale functies zoals het bevestigen en uitdiepen van relaties.

Conclusie

In “Reclaiming conversation” wordt vooral de situatie in de VS beschreven. Maar ik denk dat er voldoende raakvlakken bestaan met de situatie in Nederland en er voldoende aanleiding is voor de volgende conclusie: als Mediawijsheid het geheel is van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld, dan wordt het nu tijd om vast te stellen dat we die media, die technologie soms níet nodig hebben, en elkaar des te meer.

Geschreven door: Roeland Smeets, mediathecaris Barlaeus gymnasium in Amsterdam.