Marjo Bakker: NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, Vakreferent, informatiespecialist

portret marjo 2010.jpg

Als geschiedenisstudent liep ik stage bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), op de archiefafdeling. Ik mocht een ochtendje meelopen in de bibliotheek/studiezaal. Ik zag hoe de medewerkers hun inhoudelijke kennis combineerden met zoekstrategieën. Ik was meteen verkocht en heb me ingeschreven voor de BDI deeltijd aan de Hogeschool van Amsterdam. Tijdens die studie begon ik aan mijn eerste bibliotheekbaan, bij de toenmalige letterenbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam.

De leuke kant van het vak is dat het zo gevarieerd is, dat de (technologische) ontwikkelingen elkaar snel opvolgen en  je altijd weer nieuwe dingen kunt doen naast  de oude, en dat wat je doet de samenleving raakt.

Er is niet echt een minder leuke kant aan het vak, behalve misschien dat je je moet beperken omdat je meer leuk vindt om te doen dan in een week past. En ik vind de term ‘informatieprofessional’ nog steeds geen fijne term om je beroep mee aan te duiden. Ik beschrijf op feestjes daarom wat ik doe en zeg dat dat vroeger ook wel ‘bibliothecaris’ genoemd werd maar dat dat nu dus heel anders geworden is.

Het vak verandert steeds en de uitdaging is om in contact te blijven met je doelgroep en in contact te komen met je nieuwe doelgroep, om te laten weten wat je kunt en hoe je kunt helpen. In mijn werk bijvoorbeeld betekent het bij de bibliotheek beleggen van zaken als open access en onderzoeksdata dat ik op een andere manier kan bijdragen aan de output van de onderzoekers. Het gaat niet alleen meer om de zorg voor een goede informatievoorziening  maar ook om auteursrechten en contracten met uitgevers, het adviseren over hoe en waar lopende onderzoeksdata op te slaan, het ontsluiten van interviews, je presenteren op een blog, etc. 

Ik blijf graag op de hoogte van de ontwikkelingen in het vak en vindt het leuk daar met collega’s over te praten.  Bij de (activiteiten van de) KNVI kom je dan goed aan je trekken. Bovendien ben ik blij dat mijn beroep een echte beroepsvereniging heeft en is lid zijn eigenlijk niet meer dan logisch. 

Ik ben lid van de afdeling Onderwijs & Onderzoek, waar ik sinds dit jaar ook voorzitter van ben, omdat die afdeling het beste bij mijn werkomgeving past. Het bestuurswerk geeft overigens weer een hele nieuwe dimensie aan je bestaan als informatieprofessional. Het is heel leuk om bijeenkomsten voor collega’s te organiseren en op een andere manier met je vak bezig te zijn. Ik kan het iedereen aanraden!

Wat kan nog beter binnen de KNVI?
Je zou willen dat elke informatieprofessional iets van zijn gading zou vinden bij de KNVI. Maar dat blijkt in de praktijk niet zo te zijn. 

Welk advies heb jij voor andere Informatieprofessionals?
Deel je kennis!

Waarvoor kunnen mensen altijd bij jou terecht?
Boek-, film- en voedselbesprekingen, vakinhoudelijke praat, tips voor Kijkjes-in-de-Keuken en andere KNVI /O&O bijeenkomsten.

Wat had je ooit willen zijn, als je geen informatieprofessional was geworden?
Boekbinder, redacteur, stewardess. 

Ik ben KNVI lid omdat ik daar de collega’s tref van wie veel kan leren en waar ik lol mee heb… En nu jij!