En de toekomst van de open opstelling is..... Terugblik op de O&O-middag 2017

Donderdag 15 juni 2017 vond de expertmeeting over de toekomst van de open opstelling plaats. Welke functie heeft de open opstelling tegenwoordig nog? Is het ‘slechts’ academic wall paper of nog steeds bron van informatie? Zo’n 50 informatieprofessionals en andere geïnteresseerden luisterden in debatcentrum Spui25 in Amsterdam naar vertegenwoordigers van drie universiteitsbibliotheken en een professor boekwetenschap. We sloten de middag af met een discussie en een borrel.

Welke functie heeft de open opstelling (nog) in 2025?

20170615_OOmiddag_CoenWilders.jpg

Coen Wilders van de UB Utrecht trapte de middag af. Hij vertelde over de resultaten van zijn onderzoek   'De (toekomstige) vorm, inhoud en functie van de open opstelling' (2016). Bij de UB Utrecht daalt de omvang van de open opstelling geleidelijk ten gunste van meer studieplaatsen. De collectie geesteswetenschappen is hier echter een uitzondering op; daar blijft het aantal boeken in de open opstelling door de jaren heen ongeveer gelijk en daar worden ook nog veruit de meeste papieren boeken voor gekocht. Hoe groot je open opstelling is, hangt bovendien sterk af van het digitale aanbod. Coen deed ook onderzoek naar de overwegingen van uitgevers. Interessant om nog eens na te lezen in het rapport. Uit het onderzoek bleek verder dat veruit de meeste studenten de open opstelling vooral waarderen als stimulerende werkomgeving en dat alleen faculteitsmedewerkers de boeken in de open opstelling daadwerkelijk raadplegen. Over de toekomst van de open opstelling was Coen duidelijk in zijn laatste slide: Vernieuw of verdwijn.

Collecties in beweging

Wilma Goossen van de UB Amsterdam ging in op het vernieuwen van de open opstelling. De bouw van een nieuwe bibliotheek geesteswetenschappen biedt de mogelijkheid goed over die vernieuwing na te denken. In de nieuwe bibliotheek zal relatief veel ruimte zijn voor boeken. Naast dat studenten het prettig studeren vinden in een omgeving met boeken, is het digitale aanbod lang niet voor alle vakgebieden groot genoeg om geen papieren boeken meer aan te schaffen. De open opstelling nieuwe stijl heeft daarom een basisdeel met een ‘spekrandje’, is dynamisch en experimenteel van aard en zorgt voor verbinding tussen zowel het elektronische en papieren aanbod als tussen de bibliotheek en het onderwijs en onderzoek. Je kunt bijvoorbeeld het onderzoek of de publicaties van onderzoekers in de spotlight zetten.

Boeken disciplineren

20170615_OOmiddag_WilmaGoossen.jpg

Jan-Maarten Pauw van de UB VU vertelde over een verouderde open opstelling inclusief uitleen- en informatiebalies die niet meer werkte. Was het eerst belangrijk dat er zoveel mogelijk boeken – en vooral veel naslagwerken - op zaal stonden, dat die konden worden geleend en dat het plaatsingssysteem verbeterd werd, nu is er vooral behoefte aan zelf service en stiltezones. Bovendien is de open opstelling niet per se meer nodig voor rol van informatievoorziening van bibliotheken. Bij de UB VU zijn de oude studiezalen inmiddels veranderd in balieloze ruimtes met veel meer studieplekken dan voorheen. De boeken op de studiezaal hebben echter nog steeds een functie: ze dwingen stilte af en maken meteen duidelijk wat de bedoelingis, namelijk studeren!

Open is binnenlopen

UvA Prof. Lisa Kuitert hield een vurig en droogkomisch pleidooi voor de open opstelling en het gedrukte boek. Het kunnen zien van boeken is van wezenlijk belang. Vergelijk het met de snoepbakken bij Jamin; die maken dat je een snoepzak volschept. Zo gaat het ook met papieren boeken; als je ze ziet en in de hand houdt, ga je ze lezen, en dat kan bovendien zonder accu. Maar in het beleidsplan van de UB Amsterdam staat geen één keer het woord boek, viel haar op. Met uitspraken als ‘Bibliotheken zonder boeken zijn collegezalen of wachtkamers’ hield Kuitert de aanwezigen geboeid tot het eind.

(Open op) Stellingen

De discussie zette de zaal ook letterlijk in beweging. Was je het eens met een stelling, ging je staan; was je het niet eens, bleef je zitten. Het werd een levendig kwartier, waarvan de slotsom was dat in een digitale wereld de open opstelling echt nog toekomst heeft – of het nu is als academic wall papier of als bron van informatie – en dat we daar met elkaar en met onze gebruikers over in gesprek moeten blijven.

De PowerPoints van de lezingen:

Coen Wilders

Wilma Goossen

Jan-Maarten Pauw

Lisa Kuitert

Stellingen